NederlandsEnglish
Home
Fokkermecano's zonder grenzen PDF Afdrukken E-mail
Artikel Index
Fokkermecano's zonder grenzen
Pagina 2

Jan Nieuwenburg en Ab Steenbergen waren lange tijd lid van het gilde der technisch vertegenwoordigers van Fokker. De functie wisselde nogal eens van naam: Service Engineer, Technical Representative, Area Representative. Maar de missie was steeds dezelfde: Zorg ervoor dat iedere trotse eigenaar van een nieuw Fokkertoestel - waar ook ter wereld - leert omgaan met het vliegtuig zonder de fabriek al te veel lastig te vallen. En -minstens zo belangrijk - onderhoud zodanig contact met de klant dat hij tevreden blijft over zijn keuze voor een Fokkerprodukt. Nieuwenburg leerde het vak van Steenbergen, Fokkeriaan van het eerste naoorlogse uur. Ze beleefden veel avonturen in den vreemde totdat het kabinet Kok zo'n tien jaar geleden een einde maakte aan de vliegtuigbouw aan de Ringvaart. Samen kijken ze terug op een alles behalve negen tot vijf- baan.

ISLO

Steenbergen maakte kennis met luchtvaarttechniek bij de Amersfoortse Luchtvaart Club, waar hij leerde omgaan met balsahout en celluloselak. In de oorlog volgde hij op zijn onderduikadres de destijds bekende schriftelijke cursus van het Instituut voor Schriftelijk Luchtvaart Onderwijs (ISLO). Hij droomde van een baan in de lucht als boordmécano. In september 1946 trad hij bij de KLM in dienst en na een technische opleiding werd hij uitgezonden naar Indië (KNILM). Daar slaagde hij in 1949 voor het examen boordwerktuigkundige maar werd op medische gronden afgekeurd. Na terugkeer uit de tropen ging hij over naar Fokker, waar hij in 1957 terecht kwam bij het service-department.

Zeevaartschool

Nieuwenburg werd zowat op Schiphol geboren in het dorpje Rijk, waar zijn vader hoofdonderwijzer was. Boordmécano worden was ook de droom van Nieuwenburg, maar toen hij van de zeevaartschool kwam, had de KLM net even geen mensen nodig. Hij is er de man niet naar om te gaan zitten wachten en koos voor de grote vaart. Dat heeft hij zeven jaar volgehouden en aan die tijd hield hij een fascinatie voor vreemde volkeren en culturen over. Dat kwam hem later bij Fokker weer goed van pas.

Nacht en ontij

Halverwege de jaren vijftig werkten Nieuwenburg en Steenbergen beiden als technisch vertegenwoordiger van Fokker in het buitenland. Dat betekende doorgaans aaneengesloten periodes van zes maanden - maar ook wel eens een jaar - bij de nieuwe klant ter plaatse de technische vraagbaak zijn. Steenbergen: "Onze taak was ervoor te zorgen dat de kist zo min mogelijk aan de grond staat. Dat betekent veel troubleshooten en bovendien die kunst ook op de klant overbrengen. En dat allemaal in zes maanden tijd. Bovendien had je - zolang het plaatselijk technische personeel nog geen bevoegdheid had - de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse inspecties en onderhoudsplanning. Maar instructies geven over operationele zaken zoals het maken van een loadsheet hoorde er ook bij". Een wereldbaan dus. Tenminste als regelmaat en gezinsleven niet de eerste prioriteiten zijn. Want bij nacht en ontij op een koud platform wachten op de laatste vlucht van de dag was geen uitzondering. En als de vliegers hun technische verhaal hadden gedaan, gingen zij naar huis of op zijn minst naar een comfortabel hotel. De 'salesrep' echter, kon dan - al dan niet geassisteerd door zijn mensen - nog eens aan de bak opdat er de volgende ochtend weer veilig en op tijd vertrokken kan worden. En als er dan eindelijk hotelwaarts werd gegaan, wachtte daar nog de administratie en verslaglegging in de zogenaamde fieldservice rapporten. Want ze willen op Schiphol natuurlijk wel graag precies weten wat er is gebeurd en wat voor klant ze in de kuip hadden voor het geval er garantieclaims werden ingediend. Tenslotte was de techrep ook docent technisch praktijkonderwijs voor het plaatselijke personeel. Nieuwenburg: 'Vooral in de derde wereld hadden we het probleem dat de mensen die eenmaal hun papieren hadden, een wit overhemd en een stropdas kochten en naar een kantoor verdwenen, want met de status van zo'n opleiding was je toch wel gek als je nog een overall aantrok".

Friendship

Fokker midden jaren '50 dat was synoniem voor de F27 Friendship. Een Dakota met een neuswiel, drukcabine en tubinemotoren. Dat waren nieuwigheden waar de klant soms maar moeilijk aan kon wennen. Nieuwenburg: "Als ik aan de F27 denk, zie ik die gezellige cabine met die grote ramen en dat magnifieke uitzicht, waar je ook zit". Steenbergen: "Voor mij is het een technisch goed doordacht, prachtig ontwerp". In de praktijk blijken veel typische eigenschappen of onderdelen van de Friendship goed te worden voor een of meerdere verhalen. Hieronder volgt een bloemlezing. De inschatting van de sterkte wordt overgelaten aan het beoordelingsvermogen van de kritische lezer.

Geluid

Rolls Royce maakte ooit reclame voor zijn auto's met de slogan: "Het enige wat u hoort bij 100 mijl per uur is het tikken van het dashboardklokje". Ook de Friendship is voorzien van Rolls Royce motoren, maar als die draaien, blijft de geluidsoverlast van tikkende klokjes in de wijde omtrek beperkt. De meningen over het typische Friendshipgeluid zijn verdeeld. Leden van de F27 Friendship Association (FFA) spreken van 'een symfonie voor twee gearboxen'. Voor anderen gaat het als een cirkelzaag door merg en been. Nieuwenburg: "Als ik dat geluid hoor, denk ik: Dat kunnen maar drie dingen zijn: een Viscount (Engelse tijdgenoot van de Friendship met vier vergelijkbare motoren - red.) of twee Friendships. Dan voel ik iets van weemoed, iets van verdomme, most dat nou? Moest er nou echt een einde komen aan dat moois? Steenbergen: "Heerlijk om te horen. Ik kijk nog altijd even naar boven".


 
< Vorige   Volgende >
Hoofdmenu
Home
FFA
Fokkertypen
Fotoboek
Historie
Links
Zoeken op deze site
Sponsors

Dit is een van de sponsors van de FFA.

Locations of visitors to this page